22.02.2023 – 28.02.2023
Daar gaan we, de grens over en terug naar Thailand. Het oosten deze keer. Vele reizigers laten dit links liggen, net daarom zijn wij wel benieuwd. De bus van Pakse naar Sakhon Nakhon. Van daaruit zien we wel.
We nemen de taxi naar ons hotel. €15 voor de meest luxueuze kamer tot nu. Dat zit al goed. Aan de receptie vragen we meteen naar een scooter verhuur. Geen van de drie receptionisten kan ons helpen. Op mijn 3 navigatieapps ook niets te vinden. We voelen al een beetje nattigheid maar stappen vol goede moed de stad in. Veel scooters te koop, helaas ook hier niemand die een verhuurmaatschappij weet. We vragen het zelfs aan de politie. Terwijl de ene agent ons probeert de weg te wijzen worden we door een andere gefilmd. 🙈 Veel toeristen zien ze hier in inderdaad niet. Zo blijkt ook wanneer we onze zoektocht verder zetten. Staren, lachen en veel gegiechel. De agent verwees ons naar een mogelijkse verhuurder maar deze blijkt permanent gesloten. We stappen nog even rond, zonder resultaat. Uiteindelijk geven we het op en besluiten morgen te kijken waar we naartoe kunnen. Sakhon Nakhon is het centrum van de indigo kleurstof. (Meer info onderaan) Laat dat nu toevallig mijn favoriete kleur zijn. Ik zal al maar plaats maken in mijn rugzak. 🤓
We bezoeken Mann Craft, een shop in het centrum waar ze prachtige (geweven) stoffen verkopen. Een eerste buit is binnen. 😅
We stappen verder door de stad, een beetje doelloos wel want de stad zelf heeft weinig te bieden en zonder vervoer geraken we niet ver. Plots horen we achter ons. “Hello, how can I help you?” En daar zit ze, op haar roos-witte scooter; Wassana. Een geschenk uit de Boeddhistische hemel. 😉 Ze zegt dat ze een scooter voor ons zal zoeken en wil ons graag mee uit eten nemen die avond. Een beetje overdonderd door zoveel gastvrijheid gaan we op het aanbod in. We wisselen contactgegevens uit en spreken af dat ze ons oppikt aan het hotel. Nog voor we aan het hotel arriveren fixt ze een scooter voor ons. Een van haar personeelsleden (Wassana is eigenaar van een 7Eleven in de stad) wil haar scooter wel verhuren. Een beetje later pikt ze ons op en neemt ons mee naar een lokaal restaurant. We laten alles aan haar over en genieten gewoon.

We spreken af om de volgende ochtend de scooter op te pikken en verkennen een dagje de nabije omgeving. We bezoeken ook de geweldige shop Kramsakon. Nog wat extra gewicht in mijn rugzak. 🙈






‘s Avonds neemt ze ons mee naar een klein festivalletje op de gronden van de universiteit buiten de stad. Haar jongste dochter vergezelt ons, een zalige meid van 9 (die bovendien perfect Engels praat).










Ik maak een sjaal onder begeleiding van de prof die lesgeeft in Indigo batikken aan de unief, we kopen een fles wijn, wat eten aan de kraampjes en installeren ons tussen het publiek. We genieten van de optredens. Wassana blijkt een energiebommeke, hoe tof is het om met een gelijkgestemde op te trekken. 😁
De volgende ochtend zetten we koers richting Nakhon Phanom, een stad aan de Mekong. Onderweg stoppen we bij een klein Lotus meer, een beetje te laat op het seizoen maar toch een mooi zicht die, met waterlelies, gevulde plassen. Een tweede tussenstop maken we, op aanraden van Pinkaew (Wassana’s dochter), in Tha Rae. Een gezellig dorpje met een mooie katholieke kerk, koloniale architectuur en een heerlijke koffiebar (Wara’s Café is een echte aanrader!)













En nu in 1 rechte lijn naar Nakhon Phanom. Die rechte lijn wordt uiteindelijk een kromme want we rijden liever langs de binnenbaantjes. Liever is in deze ook relatief want die ene kleine scooter blijkt nog maar eens een geseling voor onze lange lijven. Maar we geraken er!
We verblijven 2 nachten in de stad, wandelen heel de netjes aangelegde dijk af zonder een levende ziel tegen te komen, eten geweldig lekker Japans en aanschouwen het ‘Almsgiving’ bij zonsopgang.
















Tijd om terug te keren want Wassana neemt ons mee naar de Indigomarkt op zondag. Deze stelt niet zo heel veel voor, gelukkig voor de portemonnee. 😅 Na het bezoek aan de naburige tempel eten we samen in haar favoriete Vietnamese restaurant.


De ochtend erna neemt ze ons mee naar Phu Pha Dang Nationaal Park voor een wandeling, deze wandeling is zeker mooier in het natte seizoen. Alles staat er nu maar droog bij. Maar we klagen niet, het is een echte wandeling van meer dan een kilometer (welgeteld 7! …uitzonderlijk hier) en de lokale gids geeft de nodige uitleg bij de bomen en vruchten die we op ons pad vinden. Het hoogtepunt is de Minerale Grot. In het midden kan je rechtop staan roept de gids ons toe wanneer we ons door de lage ingang wringen. Die ‘rechtop’ is dan toch Thaise maat en de minerale bron blijkt een zwarte regenton die gevuld wordt door de drup. Een ding is zeker, de lachende Buddha was niets tegen het gelach dat weerklonk op dat moment in de grot.




















In de namiddag bezoeken we de bekendste tempel van Nakhon Sakhon, Wat Tham Pha Daen, een kleurrijk exemplaar in een mooi aangelegde tuin en uitzicht op de vallei. Zalig zo’n privé gids en chauffeur. En we moeten ook nog eens razendsnel zijn want ze zou nog alle rekeningen betalen ook. 🙄








De laatste dag is aangebroken, een beetje jammer want het was echt wel fijn om samen op te trekken. Op de weg naar Nong Khai stoppen we in Ban Chiang. De archeologische site blijkt gesloten maar in de naburige tempel zijn er ook opgravingen te zien. Nog even langs de Lotus tempel en op naar Nong Khai. Wassana dropt ons aan een zot park vol met beelden (Sala Keoku) en we nemen afscheid. Wat een toffe week! We genieten van de zonsondergang boven de Mekong en plannen de volgende dagen.















In de kantlijn.
De mensen van Sakon Nakhon hebben het verven van indigo vervolmaakt tot een kunst, waardoor het een lokale industrie is geworden. Khram Sakon, Sakon Nakhon in Noordoost-Thailand staat bekend als een bron van indigo geverfde stof van hoge kwaliteit met aantrekkelijke en kleurrijke patronen. Thailand is een van de acht landen die werken aan het behoud van deze prachtige kunst.
Katoenen kleding weven en indigo verven is een veel voorkomende bezigheid voor mensen in de provincie Sakon Nakhon. Ooit slechts een seizoensbaan voor extra inkomsten, is het maken van indigokleding een belangrijke bron van inkomsten geworden voor dorpelingen, die indigogeverfde kleding produceren en echte indigo verbouwen op een grote plantage, voor huishoudelijk gebruik en voor de verkoop. De plant is een reddingslijn voor de mensen en is de schat van Sakon Nakhon geworden.
In het Thais wordt Indigo (Indigofera tinctoria) khram genoemd. De plant wordt veel gekweekt langs de Songkhram-rivier die ontspringt in Udon Thani en vervolgens door Sakon Nakhon, Nakhon Phanom en Bueang Khan slingert. De lokale knowhow over indigokleurstof is dus ook langs de waterweg te vinden.
Sakon Nakhon staat bekend om zijn lokale wijsheid van indigokleurstof, die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Verschillende dorpen gedijen nu op het produceren van indigokleding. Sommige dorpen ontwikkelen hun verfvaardigheden om aan de vraag van de textielindustrie te voldoen.
De indigotanks leven nog. Het is het micro-organisme dat in de tanks met de indigo leeft. Gemaakt door de fermentatie van as, kruiden en wat suiker, is de organische verbinding een voorloper van indigokleurstof en maakt het volledig natuurlijke koude verfproces van Sakon Nakhon mogelijk om het een langdurig blauw te geven.
Geef een reactie op Cindy Tirry Reactie annuleren